Prikkelverwerking

Prikkelverwerking

Prikkelverwerking

Sensorische informatieverwerking / zintuigelijke prikkelverwerking

De sensorische informatieverwerking (SI) beter bekend als de (zintuiglijke) prikkelverwerking, is het proces waarbij de hersenen informatie ontvangen vanuit de zintuigen (zoals zien, horen, voelen, ruiken en proeven). De hersenen geven een betekenis aan deze informatie op basis van eerdere ervaringen. Hierop volgt een passende reactie. Dit is een belangrijk mechanisme waarmee we ons eigen lichaam en onze omgeving begrijpen en hierop kunnen reageren. Dit kunnen bewuste reacties zijn (bijvoorbeeld je gezicht draaien in de richting waar geluid vandaan komt) of onbewuste reacties (zoals het bewaren van je evenwicht tijdens het lopen).

Belangrijk voor alledaagse activiteiten

De sensorische informatieverwerking is belangrijk voor veel alledaagse activiteiten, zoals:

  • Concentratie en leren: Wanneer de sensorische prikkels niet goed worden verwerkt, kan het lastig zijn om je aandacht te houden bij een taak;
  • Motorische vaardigheden: Het verwerken van bewegings- en evenwichtsprikkels is belangrijk voor bewegingen zoals rennen, springen, of zelfs schrijven;
  • Emotionele regulatie: Als de hersenen moeite hebben om prikkels goed te verwerken, kan dit stress veroorzaken, wat leidt tot gedragsproblemen of emotionele ontregeling.

De invloed van zintuigen op ontwikkeling

Door middel van de zintuiglijke prikkelverwerking krijgen wij dus een beeld van de wereld om ons heen en ons eigen lichaam. Wanneer dit proces goed verloopt, kan het kind zijn dagelijkse handelingen, thuis, op school, sport e.d. adequaat uitvoeren en zich ontwikkelen. Als de prikkelverwerking anders verloopt, kan dit het kind in zijn dagelijkse handelingen belemmeren. Het is mogelijk dat de hersenen te veel informatie (overprikkeling) of juist te weinig informatie (onderprikkeling) doorlaten. Hierdoor ervaart het kind zijn eigen lichaam of omgeving anders wat moeilijkheden kan opleveren bij het uitvoeren van de dagelijkse handelingen en daarmee ook de ontwikkeling van het kind. Ergotherapie kan hierbij ondersteunen.

Aanmelden

Hoe herken ik het thuis?

Als uw kind moeilijkheden ervaart in de sensorische informatieverwerking/prikkelverwerking, kunt u dit bij de volgende activiteiten thuis terugzien:

Algemene gedragingen:

  • Uw kind laat vaak emotionele ontladingen zien: verdrietig, boos, schreeuwen;
  • Uw kind komt vaak moe uit school;
  • Uw kind heeft regelmatig een hoge alertheid, is ‘hyper’, of heeft juist een lage alertheid,
    is dromerig/slaperig;
  • Uw kind heeft moeite wanneer afgeweken wordt van de dagelijkse structuur of planning;
  • Uw kind heeft slaapproblemen: moeilijk in slaap komen, niet door kunnen slapen en/of
    vroeg wakker zijn e.d.

Per zintuiggebied

Gehoor/auditieve prikkels:

  • Uw kind schrikt van onverwachte of harde geluiden, houdt vaak de handen op zijn/haar
    oren;
  • Uw kind maakt zelf vaak geluiden;
  • Uw kind lijkt vaak niet te horen wat u zegt;
  • Uw kind kan zich moeilijk/ niet concentreren als er geluiden om hem/haar heen zijn.

Zicht/visuele prikkels:

  • Uw kind houdt de omgeving altijd in de gaten en merkt op als er iets in de omgeving
    verandert;
  • Uw kind houdt niet van fel licht;
  • Uw kind kan details snel waarnemen;
  • Uw kind kan een omgeving goed in zich opnemen en onthouden.

Huid/tast prikkels:

  • Uw kind irriteert zich aan labels in kleding;
  • Uw kind heeft moeite met de dagelijkse verzorging zoals tandenpoetsen, haren
    wassen/knippen, nagels knippen, afdrogen …;
  • Uw kind komt vaak bij u om een knuffel te geven/krijgen of vindt dit juist vervelend;
  • Uw kind heeft een hoge pijngrens of is juist snel van slag van een klein wondje/aanrakingen;
  • Uw kind zoekt vaak iets op om mee te friemelen in de handen of raakt anderen vaak aan.

Bewegen

  • Uw kind heeft moeite om stil te zitten. Het zoekt gedurende de dag steeds bewegingen op;
  • Uw kind is angstig om te bewegen en om bewogen te worden. Denk hierbij aan op- en afstappen van stoepjes, de trap, spelen in een klimrek;
  • Uw kind ziet geen gevaar en lijkt vallen leuk te vinden;
  • Uw kind struikelt regelmatig, beweegt onhandig en/of heeft veel oefening nodig voordat het een motorische handeling heeft geleerd;
  • Uw kind stoot vaak iets om.

Smaak en mondgebied:

  • Uw kind heeft een sterke voorkeur voor smaken en/of structuur;
  • Uw kind kokhalst snel van bepaalde smaken of structuren van voedsel.

Geur

  • Uw kind ervaart bepaalde geuren als vervelend of heeft juist een grote behoefte om aan allerlei voorwerpen te ruiken.

Inwendige organen

  • Uw kind heeft geen gevoel van verzadigd zijn, het heeft altijd trek;
  • Moeilijkheden met zindelijk worden. Uw kind voelt niet wanneer het naar het toilet moet.
Hoe herken ik het op school?

Als de leerling moeilijkheden ervaart in de sensorische informatieverwerking/prikkelverwerking, kunt u dit bij de volgende activiteiten op school terugzien:

Algemene gedragingen:

  • De leerling laat vaak emotionele ontladingen zien: verdrietig, boos, schreeuwen. De
    leerling wordt ineens van een klein incident boos, verdrietig e.d.;
  • De leerling is vaak moe/ ziet er vermoeid uit;
  • De leerling heeft regelmatig een hoge alertheid, is ‘hyper’, of heeft juist een lage
    alertheid, is dromerig/slaperig;
  • De leerling heeft moeite wanneer afgeweken wordt van de dagelijkse structuur of
    planning
  • De leerling heeft moeite om zich langer achter elkaar te concentreren;
  • De leerling vindt de regels erg belangrijk;
  • De leerling heeft vaak de leiding/ wil bepalen wat er gedaan of gespeeld wordt.

Per zintuiggebied:

Gehoor/auditieve prikkels:

  • De leerling schrikt van onverwachte of harde geluiden;
  • De leerling maakt zelf vaak geluiden;
  • De leerling neemt instructies niet goed waar;
  • De leerling kan zich moeilijk/ niet concentreren als er geluiden om hem/haar heen zijn.

Zicht/visuele prikkels:

  • De leerling houdt de omgeving altijd in de gaten en merkt op als er iets in de omgeving verandert;
  • De leerling heeft moeite om overzicht te houden op drukke werkbladen;
  • De leerling is gericht op details en neemt kleine veranderingen snel waar.

Huid/tast prikkels:

  • De leerling is snel van slag van kleine verwondingen of aanrakingen;
  • De leerling is afgeleid door kleding die niet lekker zit;
  • De leerling wil geen hand geven b.v. als het in de rij staat/loopt of heeft vaak akkefietjes
    als het in de rij moet staan of jas moet pakken;
  • De leerling zoekt vaak fysiek contact b.v. om een knuffel te geven/vragen;
  • De leerling heeft een hoge pijngrens of is snel van slag van kleine verwondingen;
  • De leerling heeft altijd wel iets in de handen om mee te friemelen.

Bewegen:

  • De leerling zoekt gedurende de dag veel bewegingen op/ heeft moeite om stil te zitten;
  • De leerling is angstig om te bewegen en bewogen te worden. De leerling wil niet
    meedoen met klim- en klauter activiteiten tijdens de gymles;
  • De leerling staat op het schoolplein vaak aan de kant toe te kijken;
  • De leerling ziet geen gevaar en lijkt vallen leuk te vinden. De leerling klimt vaak meteen
    hoog in het klimrek;
  • De leerling neemt vaak de leiding bij beweegactiviteiten/ spelletjes en doet zelf niet mee;
  • De leerling struikelt regelmatig, beweegt onhandig en/of heeft veel oefening nodig
    voordat het een motorische handeling heeft geleerd;
  • De leerling werkt graag liggend op de grond of schuift graag met de knieën over de grond.

Smaak en mondgebied:

  • De leerling laat vaak de korstjes van de boterham liggen;
  • De leerling kan snel kokhalzen van bepaalde smaken of structuren, zeker bij traktaties die het niet kent.

Geur:

  • De leerling merkt snel geuren op en zegt dat wat van;
  • De leerling kan snel ongenoegen laten blijken van bepaalde geuren;
  • De leerling ruikt aan allerlei voorwerpen.

Inwendige organen:

  • De leerling heeft vaak ongelukjes en moeite om zindelijk te worden;
  • De leerling eet snel en propt daarbij vaak voedsel in de mond;
  • De leerling heeft geen gevoel van verzadigd zijn, de leerling heeft altijd trek.
Hoe herken ik het bij de opvang?

Als de baby/het kind moeilijkheden ervaart in de sensorische informatieverwerking/prikkelverwerking kunt u dit bij de volgende activiteiten op de opvang terugzien:

Algemene gedragingen:

  • De baby/het kind laat vaak emotionele ontladingen zien: verdrietig, boos, schreeuwen. Het kind wordt ineens van een klein incident boos, verdrietig e.d.;
  • De baby/het kind is vaak moe/ ziet er vermoeid uit;
  • De baby/ het kind heeft regelmatig een hoge alertheid, is ‘hyper’, of heeft juist een lage alertheid, is dromerig/slaperig;
  • De baby/ het kind heeft moeite wanneer afgeweken wordt van de dagelijkse structuur of planning
  • De baby/ het kind heeft moeite om langer achter elkaar met hetzelfde speelgoed/ spel te vermaken;
  • Het kind vindt de regels erg belangrijk;
  • Het kind heeft vaak de leiding/ wil bepalen wat er gedaan of gespeeld wordt.

Per zintuiggebied:

Gehoor/auditieve prikkels:

  • De baby/ het kind schrikt van onverwachte of harde geluiden. Is hiervan snel van slag;
  • De baby/ het kind kan niet slapen in een kamertje met andere kinderen;
  • De baby/ het kind maakt zelf vaak geluiden of gaat schreeuwen als er geluiden zijn;
  • De baby/ het kind reageert niet als zijn of haar naam geroepen wordt.

Zicht/visuele prikkels:

  • De baby/ het kind houdt de omgeving altijd in de gaten en merkt op als er iets in de omgeving verandert;
  • De baby/ het kind wordt druk als het in een box/ hoek speelt waar veel speelgoed ligt;
  • De baby/ het kind laat ongenoegen blijken bij fel licht.

Huid/tast prikkels:

  • De baby/ het kind is snel van slag van kleine verwondingen of aanrakingen;
  • De baby/ het kind laat ongenoegen blijken bij het verschonen van een luier;
  • De baby/ het kind wil kleding met een bepaalde stof niet aan zoals jeansstof;
  • De baby/ het kind zoekt vaak fysiek contact b.v. om een knuffel te geven/vragen;
  • De baby/ het kind heeft een hoge pijngrens;
  • De baby/ het kind heeft altijd wel iets in de handen om mee te friemelen.

Bewegen:

  • De baby/ het kind zoekt gedurende de dag veel bewegingen op/ heeft moeite om stil te zitten;
  • De baby/ het kind is angstig om te bewegen en bewogen te worden. Het is angstig als het opgetild wordt en b.v. op de commode gelegd wordt;
  • De baby/ het kind is bij beweegactiviteiten vaak een toeschouwer;
  • De baby/ het kind wil graag het hoofd rechtop houden, leert snel om te zitten en staan.
  • De baby kruipt niet maar is een ‘billenschuiver’;
  • De baby/ het kind is laat met het behalen van de motorische mijlpalen.

Smaak en mondgebied:

  • De baby/ het kind laat vaak de korstjes van de boterham liggen;
  • De baby/ het kind kan snel kokhalzen van bepaalde smaken of structuren;
  • De baby/ het kind laat ongenoegen blijken bij tandenpoetsen.

Geur:

  • De baby/ het kind merkt snel geuren op en zegt dat wat van;
  • De baby/ het kind kan snel ongenoegen laten blijken van bepaalde geuren;
  • De baby/ het kind ruikt aan allerlei voorwerpen.

Inwendige organen

  • Het kind heeft vaak ongelukjes en moeite om zindelijk te worden;
  • Het kind/ de baby eet snel en propt daarbij vaak voedsel in de mond. Het kan zich snel verslikken;
  • De baby/ het kind heeft geen gevoel van verzadigd zijn, De baby/ het kind heeft altijd trek.
Hoe kan ergotherapie ondersteunen?

De ergotherapeut start met het in kaart brengen van de hulpvraag. Dit wordt gedaan door middel van een observatie, eventueel in de klas, op het KDV of thuis. Ouders en leerkrachten/begeleiders wordt gevraagd om een intakevragenlijst in te vullen. Aanvullend kan aan ouders en school gevraagd worden om een vragenlijst in te vullen die gericht is op de zintuiglijke prikkelverwerking. Op deze manier maakt de ergotherapeut een sensorisch profiel van een kind met daarin de kwaliteiten en kwetsbaarheden van het kind in relatie tot de prikkelverwerking. Dit wordt uitgewerkt in een behandelplan met doelstellingen voor de ergotherapeutische ondersteuning/begeleiding. Het behandelplan wordt met ouders besproken. Tijdens het behandeltraject zoekt de ergotherapeut samen met het kind en de omgeving naar manieren en hulpmiddelen die ingezet kunnen worden om de zintuiglijke prikkelverwerking van het kind zo goed mogelijk te laten verlopen. Dit met als doel dat het kind niet belemmerd wordt in zijn/haar ontwikkeling en gebruik maakt van zijn/haar capaciteiten. Een onderdeel van dit traject kan zijn dat middels psycho-educatie het kind leert herkennen hoe zintuiglijke prikkels binnen komen en dat het leert om op een prikkelmeter weer te geven wat het effect daarvan is. Samen met het kind en zijn/haar omgeving leert het kind om zintuiglijke prikkels adequaat te reguleren. De ergotherapeut heeft gedurende het behandeltraject vooral een coachende rol.

De behandeling wordt afgerond met een eindverslag.
Vergoeding

Ergotherapie wordt vergoed vanuit de basisverzekering, 10 uur per kalenderjaar. Voor kinderen (onder de 18 jaar) geldt hiervoor geen eigen risico. Kinderergotherapie Gooi en Eemland vraagt geen eigen bijdrage. De behandelingen worden rechtstreeks ingediend bij de zorgverzekeraar van uw kind. Enkele zorgverzekeraars vergoeden extra uren ergotherapie vanuit het aanvullende pakket. Klik hier voor een overzicht van de aanvullende pakketten per zorgverzekeraar. Voor de exacte voorwaarden adviseren wij U de polisvoorwaarden in de polis van uw kind na te kijken. Wanneer de vergoeding vanuit de zorgverzekering niet toereikend zijn, is het mogelijk om de vervolgbehandelingen zelf te bekostigen. Wanneer u of uw kind verhinderd bent/is voor een gemaakte afspraak, vragen wij u dit zo spoedig mogelijk door te geven aan de behandelend ergotherapeut. Als een afspraak op werkdagen NIET 24 uur van tevoren is afgezegd, zal deze in rekening gebracht worden.

Verwijzing: Het heeft onze voorkeur om te werken met een verwijzing van een (huis)arts. Wij zijn echter ook direct toegankelijk.

Mila 5 jaar
Meer zelfvertrouwen en stabiliteit

Na bijna elk kinderfeestje werd me verteld dat het zo opviel dat onze dochter Mila (5) haar eigen weg ging tijdens groepsspelletjes. Men vond het positief dat ze zichzelf goed kon vermaken, maar ik vroeg me af of ze de groep niet juist ontvluchtte. Mila was immers wel altijd erg op haar eigen ruimte gesteld, maar ze leek ook vaak verlegen in nieuwe situaties, ze kon dan als het ware ‘verdwijnen’.

Haar juf herkende dit gedrag ook. Mila ging bij de gymles het liefst ongemerkt weer achteraan staan en reageerde zelfs een beetje agressief als ze hand in hand met een ander kindje moest lopen. Zowel de juf als ik zagen geen echte problemen, maar al pratend kwamen we toch op de goede ervaringen die zij had met kinderergotherapie in Vathorst. Bij ons eerste bezoek in Vathorst mocht Mila onder andere scheerschuim op een tafel uitsmeren. Leuk voor een kind, leek me, maar Mila gruwelde ervan.  Er werd dan ook snel geconstateerd dat Mila problemen had in de sensorische informatieverwerking.  Ze bleek tastprikkels extremer door te krijgen dan eigenlijk hoort. Ook evenwichtsprikkels kwamen sterker door. Er vielen meteen een aantal dingen op hun plaats. Vandaar dat Mila liever geen vieze handen kreeg, geen vingerverf wilde gebruiken, alleen koekjes wilde bakken als ik het deeg zou kneden en bij Mc Donalds de hele voorraad servetten op maakte. Maar dat ze ook het klimrek bij ons in de buurt, de glijbaan in het zwembad en de toestellen bij de gymles het liefst uit de weg ging.

Tijdens de behandeling genoot Mila, vooral schommelen met de hangmat vond ze heerlijk. Ze kreeg steeds meer zelfvertrouwen en durfde daardoor steeds meer. Als toevoeging op de behandeling heeft Mila een borstelkuur ondergaan. Vier weken lang heb ik ’s ochtends en ’s avonds met een borsteltje over Mila’s ledematen gewreven.  Op deze manier zou er in Mila’s lichaam een soort herprogrammering plaatsvinden door de ervaring dat aanraking ook prettig kan zijn. En al waren we wat sceptisch, resultaat hebben we gekregen; Mila begon te klimmen en te klauteren, bleek niet meer te ‘verdwijnen’ op school, kon beter tegen afdrogen en haren kammen. Maar nog belangrijker is het feit dat ze zich prima staande houdt in de groep en ze is behoorlijk assertief. Zelfs kennissen die niks wisten van de behandeling, gaven aan dat ze Mila opener en enthousiaster vonden geworden en dat het opviel dat ze de mensen nu recht in de ogen keek. Tot op heden hebben we geen terugval meegemaakt, maar we hebben altijd nog een borsteltje in huis voor het geval dat het nodig is. Maar vooralsnog staat Mila stabieler dan ooit in het leven. Al beseft een vijfjarig meisje het zich nog niet, wij zien inmiddels de ergotherapie als het mooiste cadeau dat haar gegeven kon worden.

Pim 8 jaar
Betere concentratie

Pim was motorisch onhandig. Hij kon maar kort stil zitten, was snel afgeleid en zag en hoorde alles wat er in zijn omgeving gebeurde. Hij wist niet hoe hij een werkje moest beginnen en in welke volgorde hij deze uit moest voeren. Hij keek veel naar zijn klasgenootjes hoe hij zijn werkjes moest doen en de juf verdeelde de opdracht in stukjes voor hem. De juf van groep 5 adviseerde ons om met Pim naar Kinderergotherapie Gooi en Eemland te gaan. Hier bleek dat Pim moeite had met de verwerking van de zintuigprikkels en daardoor met het planmatig werken.  Na de behandeling bij Birgitte kan Pim rustiger zitten en zich beter concentreren. Hij weet hoe hij een werkje kan plannen.

Birgitte gaf Pim regelmatig huiswerkopdrachtjes mee. Ze ging op school observeren en gaf ons als ouders en de leerkracht adviezen hoe wij Pim kunnen benaderen en begeleiden. Birgitte maakte tijd om echt contact te maken met Pim en heeft ons met haar expertise, passie en geduld heel goed geholpen. Pim heeft door haar inzet enorme stappen voorwaarts gezet.

Onze dank is groot!!