Werkhouding en executieve functies

Werkhouding en executieve functies

Werkhouding en executieve functies

De link tussen werkhouding en executieve functies

Werkhouding en executieve functies zijn nauw met elkaar verbonden; een goede werkhouding is vaak afhankelijk van goed ontwikkelde executieve functies. De werkhouding verwijst naar hoe een kind taken aanpakt en uitvoert en omvat vaardigheden zoals concentratie, doorzettingsvermogen, motivatie, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Executieve functies zijn de complexe regelfuncties van de hersenen die kinderen helpen om doelgericht te werken, plannen te maken, beslissingen te nemen en problemen op te lossen.

De motor achter leren en gedrag

Kinderen met problemen met executieve functies kunnen moeite hebben met o.a. tijdmanagement, organiseren, het opstarten of afronden van taken of het beheersen van impulsen en emoties. Samengevat maken de executieve functies het mogelijk om het gedrag en het leren van een kind te sturen. Ze ondersteunen het kind bij het ontwikkelen en onderhouden van een effectieve werkhouding.

Aanmelden

Hoe herken ik het thuis?

Als uw kind moeilijkheden ervaart in de ontwikkeling van de werkhouding en de executieve functies, kunt u dit bij de volgende activiteiten thuis terugzien:

  • uw kind vindt het moeilijk om (even) wachten en/of op zijn beurt wachten;
  • uw kind vindt het moeilijk om speelgoed te delen;
  • uw kind vindt het moeilijk om een taakje (van een paar stappen) te onthouden en uit
    te voeren;
  • uw kind vindt het moeilijk om met aandacht te spelen of te werken aan een taakje of
    huiswerk;
  • uw kind vindt het moeilijk om te schakelen als het iets anders gaat dan gepland;
  • uw kind vindt het moeilijk als een taakje niet lukt;
Hoe herken ik het op school?

Als een leerling moeilijkheden ervaart in de ontwikkeling van de werkhouding en de executieve functies, kunt u dit op school bij de volgende activiteiten terugzien:

  • De leerling vindt het moeilijk om op de beurt te wachten;
  • De leerling vindt het moeilijk om de instructie af te wachten voordat het aan een taak
    begint;
  • De leerling vindt het moeilijk om zonder uitstel met een taak te beginnen en/of door
    te werken aan een taak;
  • De leerling vindt het moeilijk om de stappen van een taak te plannen en/of uit te
    voeren;
  • De leerling vindt het moeilijk om informatie vast te houden en/of toe te passen in
    een andere situatie of andere taak;
  • De leerling vindt het moeilijk om impulsieve reacties of gedachten te onderdrukken;
  • De leerling vindt het moeilijk om emoties te beheersen en/of aan te passen;
Hoe herken ik het bij de opvang?

Bij peuters beginnen de executieve functies en de werkhouding zich te ontwikkelen. Als de peuter hiermee moeilijkheden ervaart, kunt u dit op de opvang bij de volgende activiteiten terugzien:

  • De peuter vindt het moeilijk om (even) te wachten en/of op zijn beurt te wachten;
  • De peuter vindt het moeilijk om speelgoed te delen;
  • De peuter heeft moeite om zich te herinneren waar hij zijn speelgoed heeft
    neergelegd;
  • De peuter start niet zelf met eten en/of drinken als hij dit aangeboden krijgt;
  • De peuter wisselt constant van activiteit en speelt met veel verschillend speelgoed;
  • De peuter heeft moeite met de overgang van spelen met aan tafel gaan;
  • De peuter helpt niet mee tijdens het aantrekken van de jas of schoenen;
  • De peuter huilt direct of wordt direct boos als het niet iets krijgt of mag;
Hoe kan ergotherapie ondersteunen?

De ergotherapeut start met het in kaart brengen van de hulpvraag. Dit wordt gedaan door middel van een observatie, evt.in de klas, op het kinderdagverblijf/de peuterspeelzaal of thuis. Ouders en leerkrachten/begeleiders wordt gevraagd om een intakevragenlijst in te vullen. Deze gezamenlijke gegevens werkt de ergotherapeut uit in een behandelplan met doelstellingen voor de ergotherapeutische ondersteuning/begeleiding.

Tijdens de ergotherapeutische behandeling kunnen verschillende behandelprogramma’s aangeboden worden, afhankelijk van de hulpvraag van het kind. Deze programma’s kunnen aangevuld worden met het aanpassen van de omgeving en/of van activiteiten/taken en advisering van de betrokkenen, zoals ouders en leerkrachten/begeleiders.

Beter bij de les (BBDL)

Dit programma is erop gericht om de executieve functies te versterken bij kinderen vanaf 8 jaar. Door middel van psycho-educatie krijgt het kind inzicht in wat het nodig heeft om tot adequaat handelen en/of leren te komen. Het kind leert welke valkuilen er op de loer liggen, de zogenaamde “breinbandieten”. En welke ondersteunende strategieën het in kan zetten, de zogenaamde “breinbewakers”. Door middel van vaardigheids- en strategietraining leert het kind de strategieën toe te passen en hoe het alert kan blijven op de valkuilen. Bij het opstarten van het programma kijken we samen met het kind, ouders en leerkrachten in welke vorm het programma het beste aansluit bij de hulpvraag van het kind. Het kind oefent dagelijks tijdens dagelijkse- en schoolse taken en wordt hierbij begeleid door de omgeving. Gesprekken met de omgeving/betrokkenen worden gepland ter afstemming en evaluatie.

“Berenaanpak” volgens Meichenbaum

De zelfinstructiemethode van Meichenbaum, ook wel bekend als de “berenaanpak” helpt kinderen hun taken te plannen, op te splitsen en stap voor stap te benaderen. Het versterkt de plannings- en organisatievaardigheden van het kind en leert het kind om bewust zijn handelingen te sturen. Om de verschillende fasen te ondersteunen wordt gebruik gemaakt van "taal"; fasen worden geverbaliseerd in stappen en visueel ondersteund door de voorstelling van de vier beertjes of andere figuren die het kind aanspreekt. Tijdens de ergotherapie worden de verschillende fasen op een gestructureerde manier geoefend bij taken of dagelijkse activiteiten waarbij het kind een uitdaging ervaart. Regelmatige herhaling, ook in de dagelijkse situatie en omgeving van het kind, is noodzakelijk om deze methode aan te leren. De transfer naar de thuis- en schoolsituatie is hierbij van belang.

Begeleiden van begaafde kinderen

(Hoog)begaafde kinderen leren en denken sneller en zijn gedreven om nieuwe kennis te vergaren. Uitdagingen doen zich voor als ze op tempo of motorisch of automatisch gelijktijdig handelingen moeten verrichten. Hierdoor kunnen ze problemen ondervinden met plannen, organiseren en uitvoeren van complexe taken. Door samen met het kind te bekijken wat diens een kwaliteit is, wordt deze kwaliteit ingezet om te ondersteunen bij het uitvoeren van de minder sterke kanten.

De behandeling wordt afgerond met een eindverslag.

Vergoeding

Ergotherapie wordt vergoed vanuit de basisverzekering, 10 uur per kalenderjaar. Voor kinderen (onder de 18 jaar) geldt hiervoor geen eigen risico. Kinderergotherapie Gooi en Eemland vraagt geen eigen bijdrage. De behandelingen worden rechtstreeks ingediend bij de zorgverzekeraar van uw kind. Enkele zorgverzekeraars vergoeden extra uren ergotherapie vanuit het aanvullende pakket. Klik hier voor een overzicht van de aanvullende pakketten per zorgverzekeraar. Voor de exacte voorwaarden adviseren wij U de polisvoorwaarden in de polis van uw kind na te kijken. Wanneer de vergoeding vanuit de zorgverzekering niet toereikend zijn, is het mogelijk om de vervolgbehandelingen zelf te bekostigen. Wanneer u of uw kind verhinderd bent/is voor een gemaakte afspraak, vragen wij u dit zo spoedig mogelijk door te geven aan de behandelend ergotherapeut. Als een afspraak op werkdagen NIET 24 uur van tevoren is afgezegd, zal deze in rekening gebracht worden.

Verwijzing: Het heeft onze voorkeur om te werken met een verwijzing van een (huis)arts. Wij zijn echter ook direct toegankelijk.